zondag 3 december 2017

Vragen die protestanten niet kunnen beantwoorden

(Hugo Bos: En als u ze als protestant wel kunt beantwoorden daag ik u uit mij het antwoord te sturen.)

Dank aan David Palm voor de meeste vragen.

1) Waar gaf Jezus de instructie dat het Christelijke geloof uitsluitend gebaseerd zou moeten zijn op een boek?

2) Waar heeft Jezus Zijn apostelen gevraagd om iets op te schrijven en te compileren in een gezaghebbend boek, afgezien van het specifieke bevel voor Johannes om de Openbaring op te schrijven (Openb. 1:10-11)?

3) Waar in het Nieuwe Testament vertellen de apostelen dat het Christelijke geloof voor de toekomstige generaties alleen gebaseerd zal zijn op een boek?

4) Sommige protestanten beweren dat Jezus alle mondelinge tradities heeft verboden (bijvoorbeeld Matt. 15:3-6; Mar. 7:8-13). Zo ja, waarom gebied Hij Zijn luisteraars dan om gehoorzaam te zijn aan de mondelinge traditie van de schriftgeleerden en de Farizeeën wanneer zij "zitten op de stoel van Mozes" (Matt. 23:2-3)?

5) Sommige protestanten beweren dat Paulus alle mondelinge tradities heeft verboden (Kol. 2:8). Zo ja, waarom zegt hij dan tegen de Thessalonikers om standvastig vast te houden aan de tradities die ze zijn onderwezen, hetzij in woord of in geschrift "(2 Thess. 2:15) en waarom prijst hij de Korintiërs omdat zij vasthouden aan de tradities (1 Kor. 11:2)?

6) Als de auteurs van het Nieuwe Testament geloofden in sola Scriptura, waarom maakten ze dan soms gebruik van mondelinge tradities die ze als gezaghebbend en als het Woord van God beschouwden (Matt. 2:23; 23:2; 1 Kor. 10:4; 1 Petr. 3:19; Jud. 9:14-15)?

7) Waar in de Bijbel is Gods Woord alleen beperkt tot hetgeen is opgeschreven?

8) Hoe weten we wie de volgende boeken uit de Bijbel heeft geschreven; de vier Evangeliën (Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes), Handelingen, Hebreeën en Johannes (1, 2 en 3)?

9) Op welke autoriteit, of op welk beginsel, zouden we boeken uit de Heilige Schrift moeten accepteren als we weten dat ze niet werden geschreven door één van de twaalf apostelen?

10) Waar in de Bijbel vinden we een geïnspireerde en onfeilbare lijst van boeken die zouden moeten behoren tot de Bijbel? (Is de inhoudsopgave geïnspireerd?)

11) Hoe weten we, uit de Bijbel, dat de individuele boeken van het Nieuwe Testament geïnspireerd zijn als ze zelf geen aanspraak maken dat ze geïnspireerd zijn?

12) Hoe weten we, uit de Bijbel, dat de brieven van Paulus die hij schreef naar de gemeenschappen en individuen uit de eerste eeuw bedoeld zijn om door ons gelezen te worden als onderdeel van de Heilige Schrift 2.000 jaar later?

13) Waar beweert de Bijbel de enige autoriteit voor Christenen te zijn in zaken van geloof en moraal?

14) De meeste boeken van het Nieuwe Testament zijn geschreven om heel specifieke problemen in de vroege kerk aan te pakken en geen van deze boeken is een systematische presentatie van het Christelijke geloof en theologie. Op welke Bijbelse basis denken protestanten dat alles wat de apostelen onderwezen hebben is opgenomen in de geschriften van het Nieuwe Testament?

15) Als de boeken van het Nieuwe Testament door de Heilige Geest voor elke persoon "zelfverklarend" zijn waarom was er in de vroege kerk dan verwarring over welke boeken geïnspireerd waren, waarbij sommige boeken uit de Bijbel door de meerderheid werden afgewezen?

16) Als de betekenis van de Bijbel zo duidelijk en gemakkelijk te interpreteren is - en als de Heilige Geest elke Christen leidt om het voor zichzelf te interpreteren, waarom zijn er dan 33.000 protestantse denominaties en miljoenen individuele protestanten die de Bijbel allemaal anders interpreteren?

17) Wie kan op gezaghebbende wijze bemiddelen tussen Christenen die beweren geleid te worden door de Heilige Geest en onderling tegenstrijdige interpretaties van de Bijbel hebben?

18) Aangezien elke protestant moet toegeven dat zijn of haar interpretatie feilbaar is hoe kan een protestant in goed geweten iets ketterij noemen of een andere Christen binden aan een bepaald geloof?

19) Protestanten beweren meestal dat ze het allemaal eens zijn "over de belangrijke dingen". Wie is in staat om op gezaghebbende wijze te bepalen wat belangrijk is in het Christelijke geloof en wat niet?

20) Hoe kon de vroege kerk het Romeinse rijk evangeliseren en omverwerpen, overleven en bijna 350 jaar bloeien zonder zeker te weten welke boeken tot de canon van de Schrift behoren?

21) Wie in de kerk had de autoriteit om te bepalen welke boeken tot de canon van het Nieuwe Testament behoren en om een bindende beslissing voor alle Christenen te nemen? Als niemand die autoriteit heeft kan ik dan op eigen gezag boeken verwijderen of toevoegen aan de canon?

22) Waarom erkennen protestantse geleerden de vroege concilies in Hippo en Carthago als de eerste plaatsen waarin de canon van het Nieuwe Testament officieel werd geratificeerd, maar negeren het feit dat diezelfde concilies de canon van het Oude Testament hebben geratificeerd dat door de Katholieke Kerk vandaag wordt gebruikt maar dat door de protestanten bij de Reformatie is verlaten?

23) Waarom volgen protestanten postapostolische Joodse beslissingen over de grenzen van de canon van het Oude Testament in plaats van de beslissing door de Kerk die door Jezus Christus is gesticht?

24) Hoe waren de bisschoppen bij Hippo en Carthago in staat om de juiste canon te bepalen van de Schrift, ondanks het feit dat zij geloofden in alle kenmerkende Katholieke doctrines, zoals de apostolische successie van bisschoppen, het offer van de Mis, Christus werkelijke tegenwoordigheid in de eucharistie, wedergeboorte door de doop, enz.?

25) Als het Christendom een ‘religie van het boek’ is hoe kon de Kerk dan bloeien tijdens de eerste 1.500 jaar van de kerkgeschiedenis toen de overgrote meerderheid van de mensen analfabeet waren?

26) Hoe kon de apostel Thomas de Kerk in India oprichten die tot op de dag van vandaag bestaat (en in gemeenschap is met de Katholieke Kerk) zonder ze maar één woord van de Nieuwtestamentische geschriften na te laten?

27) Als sola Scriptura zo solide en Bijbels is, waarom is er dan nooit een volledige verhandeling als verdediging geschreven sinds deze term bedacht is tijdens de Reformatie?

28) Als Jezus van plan was om het Christendom uitsluitend een 'religie van het boek' te laten zijn, waarom wacht Hij dan 1.400 jaar voordat hij iemand een drukpers laat uitvinden?

29) Als de vroege kerk in sola Scriptura geloofde, waarom staat in de geloofsbelijdenissen van de vroege de kerk dan altijd: "Wij geloven in de Heilige Katholieke kerk" en niet "Wij geloven in de Heilige Schrift”?

30) Als de Bijbel zo duidelijk is als Maarten Luther beweerde, waarom was hij dan de eerste die het interpreteerde zoals hij dat deed en waarom was hij op het einde van zijn leven gefrustreerd dat "er nu zoveel doctrines als hoofden zijn”?

31) De tijdsspanne tussen de opstanding van Jezus Christus en het bepalen van de canon van het Nieuwe Testament Canon in AD 382 is ongeveer hetzelfde als de tijdsspanne tussen de aankomst van de Mayflower in Amerika en de huidige dag. (De Mayflower was een schip waarin een aantal Engelse kolonisten naar Amerika voer om daar een nieuw leven, vrij van religieuze vervolging, te beginnen.) Hoe hebben de vroege Christenen voor bijna vierhonderd jaar sola Scriptura in de praktijk gebracht, terwijl ze geen canon van het Nieuw Testament hadden?

32) Als de Bijbel de enige basis van de Christelijke waarheid is, waarom zegt de Bijbel zelf dat de Kerk het fundament en de pijler van de waarheid is (1 Timotheus 3:15)?

33) Jezus zei dat de eenheid van de Christenen een objectief bewijs voor de wereld zou zijn dat Hij door God was gezonden (Johannes 17:20-23). Hoe kan de wereld een onzichtbare 'eenheid' zien die alleen bestaat in de harten van gelovigen?

34) Als de eenheid van de Christenen de bedoeling had om de wereld te overtuigen dat Jezus door God gezonden was, wat zegt dan de nog steeds toenemende fragmentatie van het protestantisme tegen de wereld?

35) Hebreeën 13:17 zegt: "Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.” Wat is de vervaldatum van dit vers? Wanneer werd het goed om niet alleen ongehoorzaam te zijn aan de leiders van de Kerk, maar ook om tegen hen in opstand te komen en rivaliserende kerken op te zetten?

36) De Koran beweert expliciet dat het goddelijk geïnspireerd is, maar de boeken van het Nieuwe Testament doen dat niet. Hoe weet je desondanks dat het Nieuwe Testament geïnspireerd is, maar de Koran niet?

37) Hoe weet een protestant zeker wat God denkt over morele kwesties zoals abortus, masturbatie, anticonceptiva, eugenetica, euthanasie, etc.?

38) Wat moet men geloven als een protestant zegt dat baby's moeten worden gedoopt (bijvoorbeeld Luther en Calvijn) en een ander zegt dat het verkeerd is en onbijbels (bijvoorbeeld Baptisten en Evangelicalen)?


Een paar bonusvragen:

Waar zegt de Bijbel dat God de wereld / het universum uit het niets geschapen heeft?

Waar zegt de Bijbel dat de redding alleen bereikbaar is door geloof?

Waar zegt de Bijbel dat de openbaring van Jezus Christus eindigde met de dood van de laatste Apostel?

Waar geeft de Bijbel een lijst met de canonieke boeken van de Oude Testament?

Waar geeft de Bijbel een lijst met de canonieke boeken van de Nieuwe Testament?

Waar legt de Bijbel de doctrine van de Drie-eenheid uit, of gebruikt het woord ‘Drie-eenheid’?

Waar geeft de Bijbel de naam van de "geliefde discipel"?

Waar geeft de Bijbel de namen van de auteurs van de Evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes?

Waar geeft de Bijbel aan wie het boek Handelingen schreef?

Waar zegt de Bijbel dat de Heilige Geest één van de drie Personen van de Drie-eenheid is?

Waar zegt de Bijbel dat Jezus Christus zowel volledig God als volledig mens was vanaf het moment van conceptie (hoe weten we dat Zijn goddelijkheid niet later in zijn leven was ingegeven?) Waar zegt de Bijbel ons dat Jezus Christus één persoon is met twee volledige naturen, menselijk en goddelijk en niet een andere combinatie van de twee naturen (d.w.z. één of beide naturen zijn minder dan compleet)?

Waar zegt de Bijbel dat de kerk ooit verdeeld zal of zou moeten zijn in concurrerende denominaties met verschillende meningen?

Waar zegt de Bijbel dat protestanten een onzichtbare eenheid zouden kunnen hebben, terwijl Jezus een zichtbare eenheid voor de wereld verwachtte te zien (zie Johannes 17)?

Waar zegt de Bijbel dat Jezus Christus van dezelfde Goddelijke substantie is net zoals God de Vader?

Voor meer informatie, bezoek de website op www.Catholic-Convert.com

zaterdag 2 december 2017

§ 59. Kan de Katholieke Kerk tegenwoordig nog steeds met trots wijzen op wonderen?

Dat kan zij ongetwijfeld. Men is absoluut niet verplicht meteen elk wonder te geloven wat door de eerste de beste wordt verteld; Integendeel, we moeten daarbij, zoals het gezond verstand vereist, heel voorzichtig te werk gaan.

Maar, ook al moet men hiermee voorzichtig handelen, is het ook zo dat het kinderachtig en belachelijk is om gewoon alle wonderen te bestempelen als onnozele verzinsels, of zoals ook wel eens gezegd wordt: ik geloof niet in wonderen als ik het zelf niet heb gezien. Zo spreken is gewoon bespottelijk. Waarom? Omdat er veel wonderen zijn, waarvan de waarheid op z’n grondigst is onderzocht en door de meest geloofwaardige getuigen onder eed is bevestigd; om dan te zeggen: ik geloof het niet omdat ik het niet gezien heb, is hetzelfde als wanneer iemand zeggen zou: ik geloof niet dat Napoleon de slag bij Waterloo heeft verloren want ik ben er zelf niet bij geweest, ik heb het zelf niet gezien. Dat is kinderachtig.

Stelt u zich eens voor, u, A, heeft met eigen ogen een wonder gezien, dus u gelooft het. Dat kan, maar B heeft het niet gezien en C net zo goed niet, enz. Wat moet men dan, als zij ook niet geloven zonder het gezien te hebben. Kortom, waar moest het heen als men geen waarde hechtte aan het goed gewaarborgd getuigenis van anderen? Wat zou er overblijven van de hele geschiedenis, als men alleen datgene zou geloven wat men zelf gezien had? Er gebeuren namelijk voortdurend miljoenen dingen, waarvan men (vooral ’s nachts) heel weinig zelf te zien krijgt. Is het nu gepast en mogelijk om dat allemaal te loochenen of te betwijfelen? In veel gevallen moeten wij dus wel bouwen op andermans getuigenis; en net zoals het gepast is op dit getuigenis te steunen als het inderdaad geloofwaardig is, net zo onzinnig is het in hetzelfde geval zo’n getuigenis te verwerpen.

Ik wil het volgende opmerken om te bewijzen dat er in de Katholieke Kerk door de eeuwen heen ware wonderen zijn gebeurd, en nog steeds gebeuren: U weet dat de Katholieke Kerk duizenden Heiligen heeft, en dit wordt steeds meer. Er gaat geen jaar voorbij of er wordt door de Kerk wel één of meer van haar kinderen heilig verklaard, en hiermee dus voor de gelovigen ter verering wordt voorgesteld. Welnu, er wordt, volgens de eeuwenoude wetten en gebruiken, niemand heilig verklaard zonder dat zijn heiligheid is bevestigd door verschillende wonderen. En hoe gaat de Kerk te werk bij het onderzoeken van zulke wonderen? Zo voorzichtig en streng, dat het de scherpste kritiek te schande zet. Ik verzeker u dat er geen enkel gerechtshof in de wereld is, dat om zeker van zijn beslissing te zijn, zoveel voorzorgsmaatregelen neemt als de Kerk doet bij haar onderzoek naar de authenticiteit van deze wonderen. Dit onderzoeken gebeurt altijd door de meest bekwame en geleerde mannen. Hun beslissing wordt opnieuw voorgelegd aan het oordeel van andere geleerden. En dan wordt er ook nog altijd iemand aangesteld om alle moeilijkheden uit te denken en op te werpen, die tegen de echtheid van die wonderen zouden kunnen worden ingebracht. Hiermee duurt zo’n onderzoek vaak niet alleen dagen en weken, maar vaak vele jaren.

Het volgende mag voor u een voorbeeld zijn dat de Kerk bij het beoordelen van wonderen met de uiterste zorg te werk gaat:

Kardinaal Lambertini (later Paus Benedictus XIV) ontving eens een bezoek van een geleerde Engelse Protestant. Dit was net op het moment dat men in Rome bezig was met de voorbereidingen van een heiligverklaring. De wonderen, waarop deze heiligverklaring moest steunen, waren goed onderzocht en in een groot boek uiteengezet.

Dat boek lag voor de Kardinaal op tafel en hij bood het de Engelsman aan, om, als hij wilde, er eens in te kijken. Deze nam het mee naar huis en las het heel aandachtig door. Toen hij het aan de Kardinaal teruggaf, vroeg deze hem: ‘Wat denkt u over de wonderen waarover u in het boek gelezen hebt?’ ‘Nou’ zei de Engelsman, ‘als alle wonderen die de Katholieke kerk erkent, zo goed onderzocht en zo duidelijk bewezen worden als deze, dan kunnen we ze gerust aannemen en dan heeft niemand het recht om met de wonderen in de Katholieke Kerk te spotten.’ Daarop zei de Kardinaal: ‘Dan moet ik u zeggen, dat de Katholieke Kerk in haar beoordeling veel strenger te werk gaat dan u, want van alle wonderen in dit boek, is er geen één die door de Kerkelijke rechtbank als ‘voldoende bewezen’ wordt beschouwd. Zij vond ze allemaal te twijfelachtig en als er dus geen duidelijkere wonderen gebeuren, zal diegene op wie zij betrekking hebben, nooit door de Kerk worden heiligverklaard.’ De geleerde was hierdoor volkomen verslagen en bekende eerlijk dat hij alleen uit louter vooroordeel, tot nu toe had getwijfeld aan de authenticiteit van de door de Katholieke Kerk erkende wonderen.

De Katholieke Kerk (en zij alleen) heeft dus ware wonderen, waaronder er duizenden zijn waarvan de authenticiteit door zulke harde bewijzen wordt aangetoond, dat men ze niet in twijfel kan trekken zonder zichzelf belachelijk te maken. We hebben dus gezien dat God geen wonderen kan doen in het voordeel van een valse godsdienst; want dan zouden de mensen door God zelf worden aangespoord tot het aanhangen van een valse godsdienst en dus door God zelf worden bedrogen. Daarom bewijzen die wonderen, die in het voordeel van de Katholieke Kerk gebeurden en nog gebeuren, dat die Kerk de ware Kerk is, door Christus, de Zoon van God, gesticht.

SLOTWOORD

En nu, lezer, wil ik nog één keer herhalen wat ik aan het begin van het boekje heb gezegd: Heeft u werkelijk de zaligheid van uw onsterfelijke ziel lief, bewandel dan de weg die u daarheen leidt. Die weg is het leven in de ware Kerk van Christus. Heeft u gegronde redenen om te twijfelen of u zich in die ware Kerk bevindt, onderzoek dan oprecht, ernstig en volhardend, totdat u over dit allesbeslissende punt, absolute zekerheid hebt ontvangen. Combineer dit onderzoeken met nederig en volhardend te bidden, dat God uw verstand zal verlichten om de waarheid te kennen; Hij uw wil sterk maakt om de gevonden waarheid te omhelzen, te belijden en tot richtsnoer van uw leven te maken. Zo zult u die rust vinden, die u alleen door het bezitten van de waarheid kunt ervaren, zowel hier als in het hiernamaals.

zondag 5 november 2017

§ 58. Waarom gebeurden er in de tijd van de Apostelen en in de eerste eeuwen van de Kerk, veel meer wonderen dan tegenwoordig?

Hiervoor bestaat een redelijke verklaring, namelijk dat die vele wonderen vroeger absoluut nodig waren, tegenwoordig niet.

De Apostelen begonnen, nadat ze op het Pinksterfeest de H. Geest hadden ontvangen, aan de verheven taak van de Evangelie-verkondiging, die Christus hen had toevertrouwd. Niet alleen in Judea, maar in alle omliggende en verafgelegen streken traden zij moedig op om overal te verkondigen dat die Jezus van Nazareth, die de Joden aan het kruis hadden genageld, werkelijk God was, en dat zij door Hem waren gezonden om Zijn goddelijke leer te prediken aan alle volken op aarde. Maar vooral die volken die ver weg woonden, hadden waarschijnlijk nog niets gemerkt van de wonderen waarmee Christus Zijn leer bevestigde; bovendien was de leer die de Apostelen als een goddelijke en verplichtende leer voorstelden, regelrecht in strijd met de heidense en zedeloze gebruiken van die diep bedorven maatschappij. Hoe zouden dus die verblinde en ver weggezonken heidenen, de leer van de Apostelen hebben kunnen geloven als God er niet voor gezorgd had, dat de waarheid van deze nieuwe leer met schitterende wonderen werd bevestigd? Vandaar dat Christus aan Zijn Apostelen de macht gaf om door het doen van wonderen te bewijzen dat zij werkelijk een goddelijke zending hadden ontvangen en dus ook hun leer als een goddelijke leer moest worden geloofd en eerbiedigt. Vandaar ook, dat de dood van de eerste Christen-martelaren vaak gepaard gingen met de grootste wonderen. Deze moesten, zoals zoveel stemmen van God, de heidenen toeroepen: de leer, door die Apostelen verkondigd, door die martelaren met bloed bezegeld, is de ware en alleen zaligmakende leer! Hier is de zichtbare vinger van God!

Maar is dat nu nog steeds nodig? Is het nodig dat God in onze dagen weer nieuwe wonderen doet, om de wereld van de goddelijke oorsprong van Zijn Kerk te overtuigen? Nee, absoluut niet; omdat het absoluut niet nodig is om één en dezelfde waarheid steeds opnieuw te bewijzen, als zij eenmaal duidelijk genoeg bewezen is. De vele wonderen, waarvan de wereld in de eerste tijden na Christus getuige mocht zijn, waren het onwankelbare bewijs, dat die Kerk in wiens midden God die wonderen deed, werkelijk de ware Kerk van Christus was, en aan die Kerk (om nog eens te herhalen) stond Petrus, en na hem zijn opvolgers, als Opperherder; die Kerk was de Katholieke Kerk. Maar waarom zou het dan nodig zijn dat God steeds opnieuw wonderen zou doen om de waarheid van die Kerk opnieuw te bevestigen? Nu het voortbestaan van die Kerk, ondanks alle hevige vervolgingen, een voortdurend wonder mag genoemd worden; nu iedereen, die de ogen wil openen voor de schoonheid en de glans van die algemeen verspreide Kerk, met een beetje goede wil makkelijk zal toegeven dat God haar stichter is?

Het is dus makkelijk te verklaren dat de wonderen in onze dagen niet zo vaak voorkomen dat in de tijd van de Apostelen en in de eerste eeuwen na Christus.

De H. Gregorius zegt: ‘men geeft water aan een jonge, pas geplante stek, maar niet meer aan  volwassen bomen’.


vrijdag 3 november 2017

Stop met het herkauwen van clichés over de Reformatie: al vanaf 1400 werd de Bijbel in volkstaal gelezen

Door: Sabrina Corbellini en Margriet Hoogvliet 3 november 2017

Anders dan vaak gedacht wordt, werd de Bijbel al lang voor de Reformatie in de volkstaal gelezen, betogen Sabrina Corbellini en Margriet Hoogvliet.

Alle aandacht in de media voor het begin van de Reformatie 500 jaar geleden onderstreept nog eens de actualiteit van onze geschiedenis. Alleen is dit een gemiste kans, omdat vooral achterhaalde en verouderde historische clichés herkauwd worden, terwijl de totaal andere conclusies van recent en vernieuwend onderzoek maar moeizaam doordringen.

In de Volkskrant van dinsdag 31 oktober wordt bijvoorbeeld ruim baan gegeven aan een protestantse blik op de veronderstelde zegeningen van de Reformatie: een rechtvaardige revolte tegen de corrupte rooms-katholieke kerk, onder andere omdat gewone mensen nu eindelijk de Bijbel zelfstandig en in hun eigen taal konden lezen, met als direct gevolg een hoger niveau van geletterdheid, welvaart door een calvinistisch arbeidsethos en kapitalisme - kortom een 'causaal verband tussen calvinisme en democratie'......Lees hier verder........

zondag 29 oktober 2017

§ 57. Zijn de Katholieken niet te haastig met het erkennen van wonderen?

Er wordt soms beweerd dat de Katholieken er natuurlijk baat bij hebben, om voor de waarheid van hun godsdienst zich te kunnen beroepen op wonderen, en ze daarom partijdig zijn bij het beoordelen van wonderen, en er altijd op uit zijn om al het wonderlijke wat er gebeurt, gelijk als een echt wonder uit te roepen.

Dat er werkelijk Katholieken zijn die te snel in wonderen geloven, geef ik toe. Lichtgelovigen vindt men overal; en ik moet zeggen dat er zelfs ongelovigen zijn die er op uit zijn om eenvoudige Katholieken te overtuigen van een bepaald wonder, met het doel, een paar dagen later diezelfde Katholieken om hun lichtgelovigheid te bespotten.

Maar, lezer, niet alle Katholieken zijn zo onnozel. De Katholieken die echt voorzichtig zijn, zullen er uit eerbied voor hun godsdienst echt niet op uit zijn om al het wonderlijke wat er in de Katholieke Kerk gebeurt, meteen als een wonder uit te bazuinen. De katholieken moeten er natuurlijk prijs op stellen, voor de waarheid van hun godsdienst op ware wonderen te kunnen wijzen; maar zij begrijpen ook heel goed dat zij zich belachelijk maken en hun godsdienst voor gek zetten wanneer zij zich beroepen op wonderen waarvan de authenticiteit met recht betwijfeld of betwist kan worden.

Een voorbeeld. Stelt u zich eens voor dat er ergens iets bijzonders is gebeurd, men zegt bijv. dat een Katholiek bij het ontvangen van de H. Communie plotseling van een absolute doofstomheid zou zijn genezen. Nadat er over dat feit veel gepraat en geschreven is, verzoeken mijn geestelijke overheden mij, de zaak zo grondig mogelijk te onderzoeken en verslag uit te brengen.

Goed, ik doe dat. Ik ga de genezene persoonlijk ondervragen over zijn vroegere doofstomheid, zijn genezing en over zijn huidige toestand. Ook ondervraag ik veel geloofwaardige mensen die hem vroeger goed hebben gekend en mensen die getuige waren van zijn genezing. Ik raadpleeg ook die artsen die mij hierover ongetwijfeld goed kunnen inlichten. Veronderstel dat ik hieruit het volgende kan concluderen: de man schijnt vroeger niet helemaal doofstom te zijn geweest en zijn genezing ook niet zo plotseling als men beweerde; oftewel: volgens de verklaring van betrouwbare en deskundige artsen, schijnt het niet onmogelijk dat zijn genezing ook een natuurlijke oorzaak kan hebben. In dit geval zou dus de aanwezigheid van een wonder bij mij niet duidelijk bewezen zijn. Nu vraag ik u: Wat voor baat kan ik er als Katholiek bij hebben om ondanks deze twijfels van de daken te schreeuwen dat er bij die man echt een wonder is gebeurd? Daar zou ik persoonlijk echt niet om geëerd worden, want elk verstandig mens zou mijn oordeel minstens heel voorbarig noemen en bij nader onderzoek zou het wel eens kunnen blijken, dat ik lelijk in de valstrik ben gelopen. Zou ik misschien denken hiermee de Katholieke Kerk een dienst te bewijzen? Welnee, ik ben er namelijk achter gekomen dat de zaak erg twijfelachtig is; het is dus mogelijk dat men in de toekomst duidelijk zal kunnen aantonen dat hier geen sprake is van een authentiek wonder. En dan? Dan zullen de niet-Katholieken ons er eens flink over uitlachen en de Katholieke Kerk verwijten dat deze door zulke schijnwonderen verdedigd moet worden. En de Katholieken zelf zullen er niet door gesticht worden en sommigen zelfs door geërgerd worden.

Dat is dus de reden waarom een Katholiek, die de eer van de Kerk hoog wil houden, zich verplicht voelt om, bij het onderzoeken van zulke buitengewone gevallen, uiterst voorzichtig, onpartijdig en zonder vooroordeel te werk te gaan. En daarvoor hoeft hij zich echt niet voor schut te zetten. Iedereen ziet in dat de Katholieke Kerk er absoluut niet aan ten onder zal gaan, wanneer er met een bepaald iemand geen wonder is gebeurd; net zo goed dat zij er niet onder lijdt dat er met u en mij geen wonder is gebeurd.

Als er bij het beoordelen van wonderen sprake kan zijn van partijdigheid, dan is die eerder te zoeken bij de vijanden van de Katholieke Kerk, bij diegenen voor wie het allang vast staat dat de Katholieke Kerk niet de ware Kerk van Christus kan, of liever, mag, zijn. Want om hieraan trouw te blijven moeten zij, of ze willen of niet, elk wonder dat God verricht in het voordeel van de Katholieke Kerk (ook al zou  het door honderd geloofwaardige getuigen onder eed worden bevestigd) halsstarrig als onwaarheid verwerpen. En dat doen zij dan ook trouw, ook al slaan ze zo de geschiedenis in het gezicht.



vrijdag 20 oktober 2017

§ 56. Kan God wonderen doen in het voordeel van een valse godsdienst?

Nee, dat kan God niet, want hierdoor zou Hij de onwaarheid bevestigen; God zou daardoor de mensen in dwaling brengen, en dit is in strijd met zijn oneindige goedheid, wijsheid en heiligheid. Ik zeg: in het voordeel van een valse godsdienst; hieruit volgt dus niet dat God geen wonderen kan doen in het voordeel van een persoon die buiten de ware godsdienst leeft.

Zo wordt er bijv. verteld, dat er zelfs heidenen zijn geweest, die vals werden beschuldigd van een grote misdaad, en om hun onschuld te bewijzen met blote voeten en ongedeerd over gloeiende kolen zijn gelopen. Of dit nu echt is gebeurd, kan ik niet met zekerheid zeggen, maar het is niet helemaal onmogelijk. Zo’n wonder hoeft niet in strijd te zijn met Gods wijsheid of heiligheid. God zou hierdoor namelijk niemand bedriegen of misleiden. De toeschouwers zouden daaruit alleen opmaken dat diegene onschuldig is aan de misdaad waarvan hij beschuldigd wordt; maar niemand zou in zo’n geval dit wonder zien als het bewijs voor de waarheid van de heidense godsdienst, omdat het niet een getuigenis is voor de godsdienst, maar voor de onschuld van die heiden.

Het wordt een ander verhaal wanneer een wonder duidelijk in verband staat met een bepaalde godsdienst. Voorbeeld: De Katholieke Kerk leert, dat men de Heiligen (vooral de Moeder van Christus) moet eren en dat het goed en heilzaam is om hun voorspraak in te roepen. Stelt u zich eens voor dat een Katholiek die al jarenlang blind is, met een kinderlijk vertrouwen zijn toevlucht neemt tot de H. Maagd, om door haar voorspraak weer te kunnen zien. Zou God dat gebed kunnen verhoren en die blinde door een wonder kunnen genezen? Als de leer van de Katholieke Kerk over de verering van Heiligen een ware leer is, zeker; maar anders absoluut niet.

Waarom niet? Omdat God door zo’n wonder iedereen zou kunnen overtuigen dat die Katholiek er goed aan heeft gedaan, de H. Maagd te eren en haar voorspraak in te roepen; maar u zult begrijpen dat God de mensen daarvan niet kon overtuigen als de Katholieke leer over de verering en aanroeping van Heiligen vals was, en in strijd met de leer van Christus. Met één woord: God kan alleen door een wonder de waarheid bevestigen. Als God dus wonderen doet in het voordeel van een bepaalde godsdienst, (d.w.z. als God een wonder doet onder die omstandigheden dat iedereen het wonder wel moet beschouwen als een bewijs voor de waarheid van die godsdienst) dan kan men ook zeker zijn dat die godsdienst de ware godsdienst is; anders zou God zelfs ons door zulke wonderen op een dwaalspoor kunnen brengen, en dat is onmogelijk; godslasterlijk zelfs.



dinsdag 10 oktober 2017

Repliek op artikel van Stichting In de Rechte Straat

De Stichting In de Rechte Straat (IRS) heeft recent een artikel gepubliceerd over de gesprekken tussen Gereformeerden en Katholieken over de rechtvaardigingsleer.

Een citaat uit dit artikel: "Door het geloof in Christus geeft God uit genade zondige mensen een nieuwe identiteit, een bestaan in Christus, los van wie je bent, los van wat je doet. Zo zegt Paulus het, zo begreep Luther het – en dat heeft Rome nooit goed begrepen. Nee, dat betekent niet dat wat je bent of wat je doet God onverschillig is – de oude angst van Rome – maar het belangrijkste is: in Christus ben ik een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan, alles is nieuw geworden."

De misvattingen van Protestanten mbt de rechtvaardigingsleer worden weerlegd in dit artikel. Een uitgebreide bespreking van de opvattingen van Maarten Luther.

woensdag 4 oktober 2017

§ 55. Wat is een wonder en waaraan kan, tenminste in sommige gevallen, de authenticiteit van een wonder worden herkend?

ZEVENDE HOOFDSTUK - Wonderen


§ 55. Wat is een wonder en waaraan kan, tenminste in sommige gevallen, de authenticiteit van een wonder worden herkend?

Onder een wonder verstaan we hier een buitengewoon feit, dat de krachten van de natuur te boven gaat en wat alleen door de bijzondere werking van God kan gebeuren. Deze twee voorwaarden moeten beiden absoluut aanwezig zijn; want er kunnen soms wonderlijke dingen gebeuren, waar geen mens of een natuurkracht toe in staat is, zonder dat er daarom sprake is van een wonder. Als er bijv. iemand opeens een vreemde taal begint te spreken die hij nooit geleerd heeft of in waarheid weet te vertellen wat er op het moment op grote afstand gebeurt, dan is het zeker een feit, dat de krachten van de mens te boven gaat, en langs de natuurlijke weg ook niet te verklaren valt, en toch kan men niet gelijk zeggen dat zoiets werkelijk een wonder is. Waarom niet? Omdat het heel goed kan gebeuren dat zoiets niet door de tussenkomst van God gebeurt, maar door de tussenkomst van de duivel. De duivel is dan wel slecht, maar hij is wel een engel gebleven; en daarom is zijn kracht en verstand veel groter dan dat van ons. Bovendien kan hij, omdat hij een geest is, en dus geen lichaam heeft, zich in een oogwenk van de ene plaats naar de andere begeven, zonder ergens door te worden tegen gehouden. Het gevolg is dat de duivel, in zover God het toelaat, iets vreemds of wonderlijks kan doen of bewerken, waartoe een mens niet in staat is; maar dit is geen wonder, maar duivelswerk.

Maar hoe kan men nu onderscheiden, of een bepaald wonderlijk feit, door de tussenkomst van God of van de duivel gebeurt? Hoe kan men nu weten of zoiets werkelijk een wonder is, of alleen maar het werk van de duivel? Dat is niet altijd even makkelijk, en daarom moet men bij het beoordelen van zulke feiten altijd heel voorzichtig te werk gaan; maar toch zijn er veel gevallen, waar de werking van God duidelijk en met zekerheid kan worden onderscheiden.

Ten eerste, wanneer er iets gebeurt, dat blijkbaar niet alleen de krachten van de mens, maar ook de krachten van alle schepselen (dus ook van de duivel) te boven gaat, dan is het duidelijk, dat zoiets gebeurt door de bijzondere tussenkomst van God; bijv. iemand die uit de dood opstaat, dat kan geen enkel schepsel, dat kan God alleen, de enige meester van leven en dood. Als dus zoiets gebeurt, weten we zeker dat er sprake is van een echt wonder.

Ten tweede, als de wonderlijke en bovennatuurlijke gebeurtenissen die her en der gebeuren of gebeurd zijn, als gevolg hebben dat daardoor de eer van God en de uitbreiding van de godsdienst worden bevorderd, ook dan kan men er zeker van zijn dat zulke feiten niet gebeuren door de tussenkomst van de duivel, maar door de tussenkomst van God. Om dit met een voorbeeld te verduidelijken: stelt u zich eens voor dat (zoals vaak gebeurd is en nog steeds gebeurt) een deugdzaam en heilig priester, die onder de heidenen het geloof verkondigt, door het kruisteken of door het storten van een klein gebed, veel zieken plotseling geneest, aan verschillende doven het gehoor en aan blinden het zicht teruggeeft, en dat bij het zien van die wonderen de heidenen bij honderden zich bekeren en afstand doen van hun zedeloze levensstijl en zich met hart en ziel inzetten voor het geloof, de deugd en de reinheid. Men zou het verstand verloren hebben wanneer men in zulke gevallen durft te beweren dat die wonderlijke genezingen het werk zijn van de duivel. De duivel zal namelijk geen moeite doen om zijn eigen rijk te vernietigen en de mensen aan te sporen een godsdienstig en deugdzaam leven te leiden en daardoor in de hemel te brengen. In zulke gevallen is het dus duidelijk dat men werkelijk te doen heeft met wonderen.



maandag 25 september 2017

§ 54. De Katholieken tonen eerbied voor de relieken of overblijfselen van Heiligen: is dat niet onnozel?

Ook hierover horen we vaak spreken alsof het de grootste dwaasheid is. Wat zullen we daarop zeggen? Opnieuw de eenvoudige vraag: wat doet men in het gewone leven? Ook daar wordt iets dat van een dierbare overledene is geweest, hoe nietig het op zichzelf ook is, bijv. een ring of een haarlok, als een kostbaar voorwerp beschouwd, bewaard en in ere gehouden, en wat men ook wil afstaan, dit voorwerp of ‘souvenir’, is voor geen geld te krijgen. Hecht men bijv. niet veel meer waarde aan de haarlok van een overleden vader, kind, echtgenoot, dan aan de gouden medaille, waardoor die zorgvuldig wordt ingesloten? Aan kledingstukken, wapens en andere nagelaten voorwerpen wordt een eervolle plaats bereid in onze musea. En als u in Den Haag de zogenaamde ‘Gevangenpoort’ bezoekt, zal een gids u vertellen dat ooit een Engelsman duizend gulden geboden heeft voor een plankje, waarop Cornelis de Witt, broer van de raadspensionaris Johan de Witt, tijdens zijn gevangenschap de voorgevel van zijn huis heeft gekerfd. Of dit bedrag nu werkelijk geboden is, doet er niet toe; ik wil alleen opmerken dat men ook in de burgerlijke maatschappij datgene, wat aan dierbare overledenen of aan grote en verdienstelijke mannen herinnert, zo erg op prijs stelt en in ere houdt, klinkt het dan niet dwaas de Katholieken voor onnozel uit te maken, omdat zij hetzelfde doen op godsdienstig gebied? Omdat zij eerbied tonen voor de relieken van Heiligen, voor de overblijfselen van diegenen die door God zelf zo worden geëerd en daarom meer dan een werelds iemand onze eerbied verdienen?

De beschuldiging, dat de Katholieken door de eerbied die zij aan de Heiligen betonen, zich schuldig maken aan afgoderij en daarom zondigen tegen het eerste gebod, is dus gewoon kinderachtig.



zondag 17 september 2017

§ 53. Maar de Katholieken maken beelden om de Heiligen te vereren. Is dat niet een soort afgoderij, en in strijd met het eerste gebod, waarin het maken van beelden wordt verboden.

Toen God op de berg Sinaï voor het Joodse volk Zijn tien geboden afkondigde, zei Hij dan wel: ‘Gij zult geen gesneden beeld of voorstelling maken; gij zult die niet aanbidden of eer bewijzen’, (ex.20, 4) . maar wat werd er met deze woorden bedoeld? Wilde God daarmee duidelijk maken dat het maken van beelden altijd ongeoorloofd was? Nee, God gaf namelijk zelf aan de Joden het bevel, twee gouden Cherubijnen te maken en die op de Ark van het Verbond te plaatsen.

Wat bedoelde God dan met het verbod om beelden te maken? God wilde de Joden weerhouden van afgoderij. De Joden keerden in die dagen juist terug uit de slavernij van Egypte. Daar hadden ze gezien hoe de Egyptenaren allerlei beelden als afgoden vereerden; zij leefden bovendien tussen heidenen die afgoden aanbaden; en omdat de Joden snel geneigd waren om verkeerde gewoonten van de heidenen over te nemen, (waarvan het gouden kalf een bewijs is) werd hen op het hart gedrukt, dat zij geen beelden zouden maken, om die, zoals de heidenen dat deden, als afgoden te aanbidden. Dat God dit hiermee bedoelde toen Hij zei: ‘Gij zult geen gesneden beeld of voorstelling maken’, blijkt ook uit de woorden die hieraan vooraf gaan: ‘Gij zult geen vreemde goden voor Mijn ogen hebben’ en daarna: ‘Gij zult die niet aanbidden noch dienen; want Ik ben de Heer uw God, de Sterke, de IJveraar,’ d.i. die geen andere God naast zich duldt. Door deze woorden liet God duidelijk blijken dat men geen afgodsbeelden mocht maken. (d.i. beelden maken met het doel, ze als afgoden te vereren; wat de heidenen deden) Iedereen weet heel goed dat de Katholieken zo iets absoluut niet doen.

Zij maken wel beelden, maar niet zoals de heidenen, om een bepaalde afgod te vereren, maar om de ware God te eren en voor de verheerlijking van Zijn Heiligen.

En dan nog te bedenken dat de andersdenkenden beweren dat de Katholieke Kerk pas later in de tijd van de ware weg is afgeweken. Dan moeten dus in de eerste eeuwen haar leer en haar gebruiken nog goed en heilig zijn geweest en zeker niet in strijd met Gods geboden. Welnu, het gebruik om Christus en de Heiligen in beelden voor te stellen, bestond in de Katholieke Kerk al in de eerste eeuwen, net zoals nu. De catacomben van Rome zijn daar een bewijs van. Als dat gebruik toen niet in strijd was met Gods geboden, waarom dan nu wel?

Nog een opmerking: Diegenen die het maken van beelden veroordelen, beroepen zich op de woorden van het eerste gebod: ‘Gij zult geen gesneden beeld maken’. Maar als de woorden zo letterlijk moeten worden genomen, dat daar niet alleen afgodsbeelden, maar ook alle andere beelden, mee worden verboden, dan moet men toch ook die beelden afkeuren die
worden opgericht ter ere van koningen, helden, wijsgeren, dichters enz.

Zo zien we bijv. in Den Haag het standbeeld van Spinoza, die vanwege zij ongeloof en goddeloze geschriften weinig aanspraak kan maken op eerbied en bewondering van het nageslacht. Tegen zo’n beeld heeft niemand een bezwaar, en dan denkt men God te beledigen door beelden op te richten, ter ere van diegenen die werkelijk groot zijn in Gods ogen, zoals bijv. Jezus’ moeder of van Zijn Heiligen in de hemel.

Soms zegt men ook wel: Ja, maar de Katholieken maken niet alleen beelden, maar zij vereren die beelden ook door ze met licht en bloemen te versieren.

Zeker, en waarom niet?

Zien wij op de verjaardag van de Koning/Koningin ook niet op veel plaatsen zijn/haar portret of borstbeeld met licht en bloemen en andere blijken van eer versierd? Vindt u dat zo onzinnig en dwaas? Wordt u hierdoor geërgerd? Ik denk het niet. Want iedereen begrijpt heel goed dat men die eer niet bewijst aan dat papieren portret of dat houten of stenen borstbeeld, maar aan de Koning/Koningin zelf, die hiermee wordt voorgesteld. Zo’n verering of huldebetoon vinden we allemaal helemaal gepast; maar als de Katholieken de beelden versieren niet alleen van onze eerwaarde Vorst/Vorstin, maar ook van Gods Heiligen, is het dan niet onredelijk hen dit te verwijten?

Het klopt dat de Katholieken hierin verder gaan. Men ziet ze soms knielend voor een beeld bidden. Maar u begrijpt toch wel dat zij dit niet doen uit eerbied voor hout of steen, of om iets van het beeld te verkrijgen, maar om hen te eren, of als voorsprekers in te roepen, aan wiens deugd en heiligheid dat beeld ons herinnert.